Weven

Altijd hebben de mensen gezocht naar materialen om zich te beschermen tegen de koude of de warmte.Eerst werd er gebruik gemaakt van bladeren, stengels, fijne takken en andere soepele vezels die haaks op elkaar, boven en onder elkaar, zich binden. Zo ontstonden weefsels, die door de lengte van de vezels, beperkt waren qua afmetingen.

Het ontdekken van de spintechniek was een grote stap vooruit. De weefsels zijn niet meer beperkt in afmetingen. Wanneer de spin- en weeftechnieken exact zijn ontstaan, kan men niet meer precies achterhalen, want buiten enkele bandjes rond mummies gewikkeld, blijft er niets meer over van de plantaardige of dierlijke vezels. Enkel door tekeningen op stenen en potten weten we dat er reeds vrij snel op min of meer geperfectioneerde toestellen geweven werd. Overal ter wereld vindt men dezelfde primitieve weeftechnieken terug.

De paralleldraden schering genoemd- worden vertikaal of horizontaal gespannen tussen twee stokken, takken, gewichten, of gewoonweg tussen een vast punt en een riem rond de heup van de wever. Met de vingers worden tussen de scheringdraden andere draden gelegd, die we inslagdraden noemen. Scheut na scheut, worden de inslagdraden tegen de voorgaande aangeslagen met de vingers, houten zwaard, punt, vork of kam.

De wevers verbeterden hun weefgetouwen en zochten naar nieuwe bindingen. Ze vergemakkelijkten het werk door het gebruik van hevels, schachten, trappers, rollen, schuitjes, spoelen en komen tot de laatste nieuwe naaldgetouwen.

Nieuwe vezels werden gebruikt, kunstmatige vezels ontdekt, nieuwe spintechnieken geven de wever alle soorten fantasiedraden om andere weefeffecten te verkrijgen. Een weefsel kan zacht, ruw, effen, kleurrijk, doorzichtig of ondoorzichtig zijn.

Weefsels worden niet enkel gemaakt om te beschermen, maar ook om te versieren. Denk maar aan de Vlaamse wandtapijten uit de 14de eeuw en vele andere textielwaren.

Door de techniek en kunst van de wevers zijn mensen, meubels en endere voorwerpen met schoonheid bekleed.

home