Spinnen

Spinnen was een algemene en huiselijke bezigheid, zodat eerst het spinrokken en later het spinnenwiel als echte stukken huisraad werden ervaren.

Het invoeren van het spinnenwiel was een grote verbetering tegenover het spinrokken of handspinnen. Het voordeel lag in het feit dat de twee bewerkingen van het spinnen, nl. de draad ineen draaien en de draad opwinden op de spil, niet meer na elkaar gebeurde (wat zeer tijdrovend was) maar nu tegelijkertijd kon.

In Belg komen twee hoofvormen van spinnenwielen voor : enerzijds met de spil en vleugel boven het spinnenwiel gebouwd of anderzijds met de spil naast het spinnenwiel.

Voor het huisspinnen kwamen hoofdzakelijk schapenwol, vlas en soms hennep- en zelfs netelvezels in aanmerking.

De schapenwol, waaraan allerlei vuil kleeft en vooral het wolvet, moet eerst worden gewassen. Eens gedroogd, wordt de wol gekaard en kan de wol gesponnen worden.

Het vlas vergt meer bewerking vr het spinnen dan de schapenwol, maar het levert dan ook de fijnste en de sterkste vezels op. Opeenvolgende handelingen zijn het repelen, breken, zwingelen en hekelen.

De gesponnen draden kunnen onmiddellijk gebruikt worden, maar men kan ze ook met natuurlijke produkten gaan verven. Het verven met planten is ongetwijfeld n van de oudste menselijke technieken. Bij primitieve volkeren werd de ververij reeds met slechts primitieve middelen beoefend voor eigen gebruik. In de middeleeuwen was het verven een vak dat hoog aanzien kende. Nu wordt het nog louter als vrijetijdsestedeing gedaan.

home