Klompenmaken

Het Land van Waas, Cerfontaines en Nimes in Wallonië waren bekend om hun klompenmakerijen. Vorst, in de Kempen, werd het klompenmakersdorp genoemd. De klompen werden volledig met de hand gemaakt, vaak in de woonkamer. Het werk gebeurde in zeer moeilijke omstandigheden van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat.

Vanaf 1948 begon de vraag naar klompen plots te dalen en de ene klompenmaker na de andere moest er het bijltje bij neerleggen. Gummielaarzen en ander schoeisel in synthetisch materiaal kwamen de klompen van de markt verdringen. De meest tegenwoordig beschikbare klompen zijn machinaal vervaardigd.

Zoals reeds vermeld, is het handmatig vervaardigen van klompen zeer arbeidsintensief.

De bomen (wilgen of canada) worden in de winter gezaagd. De afgezaagde bomen worden gekort in rollen, waarvan de lengte bepaald wordt door de grootte van de te maken klompen.

Met een beitel en een hamer worden de rollen gekloven. De houtsklompen krijgen dan een eerste behandeling met een bijl of dessie. Met een snijmes wordt op de snijezel aan het houtblok een ruwe vorm gegeven. Het blok wordt uitgehold met de guts, de voorloper, de schrooier, het teenmes, het bodemmes, de opdraaier, het hielmes en de hamer. Na het uithollen wordt de klomp gedroogd en met schuurpapier glad geschuurd.

Achteraf kan de klomp ook nog geverfd worden, hoewel dit niet strikt noodzakelijk is.

home