Houtdraaien

Het aloude houtdraaiersambacht is zo goed als zeker ontstaan in Egypte. Het kwam pas later naar Europa met een volledige bloei in de 16de eeuw.

De eerste draaibank bestond uit twee punten waar het hout tussen gespannen werd, met een koord die aan een boog geknoopt was, rond het stuk hout gewonden en onder aan een trapper bevestigd.

De voornaamste vormen zijn de ronde, de getorste en de ovale. Het houtdraaien is zeer boeiend en geeft vrij snel resultaat.

Meestal wordt het gebruikt voor de versiering van meubelen, trappen, lijsten, keukengerief en muziekinstrumenten, zoals blokfluiten, pommers, ruispijpen en pijpen voor doedelzakken. Vandaar ook dat vroeger in bepaalde delen van het land houtdraaiers ‘pijpendraaiers’ genoemd werden.

Gedraaide doedelzakpijpen vindt men terug op schilderijen van Breughel, Teniers en Jordaans.

Het voornaamste gereedschap van een houtdraaier zijn de guts, de schietbeitel en de schuine beitel

home